HomeDe naamOostenrijkIndiƫStamboom
Bijzondere verhalen
Contact
L E I D E L M E I J E R
Geschiedenis van een Indische familie
Emiel Leidelmeijer

 

'Geen oh la la, maar hard werken'
Ir. Emiel Leidelmeijer studeerde chemie aan de Sorbonne
door Frans Leidelmeijer
Tegenover me zit een man die ik van naam ken, want mensen die ik door mijn werk ontmoet, vragen me steevast of de ir. Leidelmeijer die vroeger bij TNO werkte mijn vader is, of op zijn minst familie. Uit de respectvolle manier waarop zijn naam wordt uitgesproken, maakte ik op dat hij op zijn vakgebied - de chemie - een belangrijke rol gespeeld moet hebben. Als ik hem dat vertel, schiet hij in de lach en zegt: ,,Grappig is dat, mij vragen ze altijd of jij, de man van Tussen Kunst en Kitsch, mijn zoon bent, of op zijn  minst familie."


We zullen vast familie van elkaar zijn, want volgens een zekere Walter Leidelmeijer uit Sacramento in de Verenigde Staten, die onderzoek heeft gedaan naar de herkomst van de familienaam Leidelmeijer, stammen alle Indische Leidelmeijers af van Josephus Leidelmeijer. Deze was afkomstig uit een klein plaatsje, Bad Orb1 bij Linz in Oostenrijk. Hij belandde door een van de opiumoorlogen2 via China in het voormalige Batavia, werd daar cipier en liet zich tot Nederlander naturaliseren. Zijn oorspronkelijke naam, Leidelmayr, vernederlandste en hij werd de stamvader van de zeer uitgebreide Indische tak Leidelmeijer. De Leidelmayrs kwamen oorspronkelijk uit Beieren, Zuid-Duitsland3.
Bami Kwa
Omdat ik vaak met deze ir. Leidelmeijer in verband werd gebracht, was ik benieuwd naar hem. Op een kijkdag van een kunst- en antiekveiling werd ik aangesproken door een zeer Hollands uitziende man, die zich voorstelde als Richard Leidelmeijer. Toen ik hem wat bevreemd aankeek, zei hij: ,,Mijn vader is net zo donker als u, hoor."
Hij bleek een zoon te zijn van de ir. Leidelmeijer. Velen van u die de jaarlijkse Pasar Malam Besar bezoeken, moeten Richards stand Bami Kwa kennen. In Den Haag runt hij een goedlopend cateringbedrijf voor Indisch eten en zo kwam ik in contact met zijn vader, ir. Emiel Alphonse Leidelmeijer.
Emiel werd, als middelste van zeven kinderen, geboren in Soerabaja op 2 oktober 1912. Emiels vader had een belangrijke functie bij de havendienst, bij de douane. Zijn taak was onder andere om binnenkomende smokkelaars te onderscheppen. Emiels vader studeerde in Leiden pharmacie, maar maakte de studie niet af, ontmoette een Hollandse vrouw en trouwde met haar in 1908. Toen hij met vrouw en kind naar Indië terugkeerde, kreeg hij bij aankomst van Emiels grootvader in bijzijn van vrouw en kind een pak rammel. Emiels grootvader was woedend, omdat hij zijn zoon naar Holland had gestuurd om te studeren en niet om te trouwen en een gezinnetje te stichten!
In 1926 vertrok Emiel met zijn ouders en broertjes en zusjes met verlof naar Nederland. In Indië hadden ze achtereenvolgens in Palembang, Batavia, Soerabaja en Dongkale op Celebes gewoond. Toen hij op de boot langs de Sabang weg voer, dacht Emiel bij zichzelf: naar dit land wil ik nooit meer terug. Waarom niet? ,,De koloniale samenleving was niet leuk", legt hij uit. ,,Die was heel hiërarchisch, een echte rangen- en standenmaatschappij."
I.E.V.
Als het verlof voorbij is, vindt Emiels vader het beter dat vrouw en kinderen in Nederland blijven. Hij voorziet dat de economie in Indië er niet op vooruit zal gaan en schat de Hollandse diploma's hoger in dan de Indische. Ook denkt hij dat het beter is wanneer zijn kinderen met Hollanders trouwen. Als rasverbetering!
Bij terugkeer in Indië leert zijn vader een andere vrouw kennen, een peranakan Chinese, bij wie hij drie kinderen verwekt. Een bittere pil voor zijn moeder, die toen als alleenstaande vrouw voor haar zeven kinderen moest zorgen. Via een financiële regeling van het I.E.V. (Indo-Europees Verbond), waar zijn vader in Palembang voorzitter van was, werd geld overgemaakt.
,,Waar woonde u toen?", vraag ik.
Emiel Leidelmeijer: ,,Op de Laan van Meerdervoort. Na de lagere school ben ik naar de Dalton HBS op de Aronskelkweg gegaan. Als bèta-man was het gymnasium me te taalkundig. Daar heb ik later wel spijt van gekregen, want het gymnasium sloot als vooropleiding beter aan bij het Franse onderwijs. Want ik heb in Parijs aan de Sorbonne gestudeerd. Scheikunde." Nu word ik pas echt nieuwsgierig. ,,Een van mijn leraren op de Dalton", gaat hij verder, ,,die zelf aan de Sorbonne gestudeerd had, heeft me daarin geadviseerd. Wij hadden thuis geen geld om mijn studie te bekostigen en diezelfde leraar heeft ervoor gezorgd dat ik een renteloos voorschot kon krijgen dat door verschillende mensen bij elkaar is gebracht. Die leraar heette Birnie uit het geslacht van de tabaksbaronnen."
Oh la la
,,Hoe was het studentenleven in Parijs?", vraag ik.
,,Ik  woonde in hotelletjes in het Quartier Latin. Tijd om te flierefluiten had ik niet. Het was een tijd van hard werken en weinig pleziertjes. Ik voelde me verplicht aan de mensen die mij het geld hadden geleend, om de studie in de daarvoor vastgestelde tijd af te maken. Mijn vrienden in Nederland dachten wel: die Miel zit nu in Parijs, de stad van oh la la en zo. Ik  flirtte wel wat met de Franse studentes, die mijn exotische uiterlijk interessant vonden, maar daar bleef het bij. Ze noemden me Prince Souchong uit de operette Das Land des Lächelns. Ik liet een Javaans hoofddeksel, een blangkon, naar Parijs sturen en daar liep ik mee over de boulevards te flaneren. Ik had daarmee veel bekijks, waar ik van genoot. Maar niet altijd werd m'n exotische uiterlijk op waarde geschat. Er waren ook Parijzenaars die me uitmaakten voor makak (aap)."
Streng
Toen hij na zijn studie (die hij in vier haar voltooide) terugkeerde in Nederland kreeg hij een baan als chemicus op het lab van de Hollandse Draad- en Kabelfabriek (Draka), waar hij van 1938 tot 1940 onder dr. ir. Wildschut werkte, totdat de oorlog uitbrak. Hij stond op de nominatie om als chemicus in Duitsland te werk te worden gesteld, maar door zich als vrijwilliger bij het vezelinstituut van het TNO (Toegepaste Natuurwetenschappelijk Onderzoek) te melden kreeg hij vrijstelling. In die tijd werkte hij veel samen met prof. Uit den Boogaard. In de oorlog (1942) trouwde hij met een Hollandse vrouw. Hij kreeg geen salaris en om in hun onderhoud te voorzien, verdiende hij wat bij door bij venduties bij de koop en verkoop te helpen. Zijn vrouw kon geen kinderen krijgen en ze besloten er een te adopteren. En zo werd Richard als pasgeboren baby uit Nijmegen opgehaald. Een kind van een gesneuvelde Engelse militair en een Nederlandse vrouw.
,,We hebben hem als ons eigen kind opgevoed", zegt ir. Leidelmeijer. ,,Mijn vrouw is helaas een paar jaar geleden overleden. Richard hield van zijn moeder, meer nog dan van mij. Ik was ook wel heel streng voor hem."
Waarom zijn Indische vaders van de oude stempel toch altijd zo streng, vraag ik mezelf af.
Leerstoel
Na de oorlog bleef Emiel bij het vezelinstituut van het TNO werken, waar hij hoofdingenieur werd. Hij heeft ervoor gezorgd dat er in Delft een groot laboratorium werd opgezet waar de nodige proeven en testen werden genomen. Zo werd er getest hoe je wol het beste kunt wassen, welke finish je het kunt geven en hoe je het kunt verven. ,,Wol is een natuurlijk materiaal en heeft net als de mens een DNA. Daarom worden DNA-testen van de mens altijd door wolchemici gedaan."
Op zijn initiatief werd in Tilburg, de textielstad bij uitstek, een documentatiecentrum opgezet. Door zijn bezigheden als aminozuur-chemicus bij het vezelinstituut van het TNO kreeg hij grote internationale bekendheid. Twee keer per jaar waren er in Parijs bijeenkomsten van wolchemici en vertegenwoordigers van de wolindustrie, die afkomstig waren uit verschillende landen, onder andere uit Australië en Nieuw-Zeeland, de twee belangrijkste wolleveranciers. Op deze bijeenkomsten speelde ir. Leidelmeijer een prominente rol. Vooral de wolverwerkende industrie in Frankrijk had hem hoog zitten. Tijdens een van die bijeenkomsten vroeg een professor van de universiteit van Wenen, die een opvolger zoekt voor zijn leerstoel, of hij zich kandidaat wilde stellen. Er zouden ook nog twee andere chemici gekandideerd worden. Uit hun drieën zou dan uiteindelijk gekozen worden. Emiel weigert echter. Met de oorlogsellende nog vers in het geheugen, moet hij er niet aan denken eventueel te werken in het in de oorlog zo foute Oostenrijk.
Ir.
Door al deze successen was er in Delft een groep ingenieurs die last kreeg van jalousie de metier. Zij vroegen zich af of zijn opleiding aan de Sorbonne wel gelijkwaardig was aan die van de Technische Universiteit in Delft. Moet hij die ingenieurstitel wel voeren? Het gevolg was dat twee professoren van een onafhankelijk Delfts ingenieursbureau met Emiels Franse diploma's en certificaten naar Parijs togen om te onderzoeken hoe het nu zat met die opleiding tot chemisch ingenieur aan de Sorbonne. Na een uitvoering onderzoek kwamen ze tot de conclusie dat Emiels opleiding aan de Sorbonne wel degelijk gelijkwaardig was aan de Delftse ingenieursopleiding. Emiel had dan ook het volste recht om de ingenieurstitel te voeren. Na een tijdje vroeg diezelfde groep ingenieurs of Emiel tot hun vereniging van Delftse ingenieurs wilde toetreden. Hij bedankte echter fijntjes voor deze eer met het argument dat hij daar niet op zijn plaats was, want hij had toch immers niet in Delft gestudeerd.
Ouderdom
Ir. Leidelmeijer had graag in zijn leven als hobby willen schilderen maar door zijn drukke en verantwoordelijke baan, ontbrak hem de tijd. In zijn woonkamer hangen veel reproducties van belangrijke schilders als Vincent van Gogh. ,,De echte kon ik me niet permitteren", zegt hij als ik mijn bevreemding uitspreek dat er slechts één echt schilderij - van de Haagse schilder Jan Goeting - hangt.
Hij is nu toch alweer zo'n 25 jaar met pensioen. De ouderdom begint zijn tol te eisen. Hij is slecht ter been en heeft last van evenwichtsstoornissen. Als hij me na dit gesprek naar de voordeur begeleidt, houdt hij zich in de smalle gang in evenwicht door met beide handpalmen steun te zoeken bij de muren. Zijn zoon, schoondochter en twee kleindochters wonen vlakbij. Ze hoeven maar de tuin door te lopen om hem te helpen als dat nodig is.
Onlangs is dat ook nog gebleken. Hij kreeg een herseninfarct, waardoor hij in het ziekenhuis belandde. Om te herstellen ging hij vervolgens naar een revalidatiecentrum. Zijn zoon Richard heeft hem hier echter uitgehaald om hem verder thuis te laten revalideren. En zo heeft ir. Leidelmeijer thuis de feestdagen kunnen vieren, samen met zijn zoon, diens gezin, zijn oudste broer van 92 en diens vrouw.

Uit: Moesson, februari 2002
NB: Emiel Leidelmeijer is de oudere broer van Reinald Leidelmeyer
 
__________________________________________________________
Opmerkingen van Leidelmeijer-familie.nl:
1 Bad Orb ligt niet in Oostenrijk, maar in Duitsland, in de deelstaat Hessen. Stamvader Joseph Leidelmayer is geboren in het plaatsje Lettgenbrunn, twaalf kilometer ten zuiden van Bad Orb.

2 Dat lijkt onwaarschijnlijk. De eerste opiumoorlog tussen de Engelsen en de Chinezen was van 1838 tot 1842, de tweede van 1858 tot 1860. Joseph moet al in 1803 in Indië zijn aangekomen.

3
De Leidelmayers kwamen oorspronkelijk niet uit Duitsland maar uit Oostenrijk, en wel uit het plaatsje Grieskirchen, ten westen van Linz.





 
 



HomeDe naamOostenrijkIndiƫStamboomBijzondere verhalenContact